Het verlegen Indianenmeisje en de bizons
Ergens ver weg in het grote Amerika leefde eens een Indianenmeisje.
Wij noemden haar Verlegen Veer , zo noemden wij haar omdat ze zo verlegen was.
Ze durfde nooit iets te zeggen wat ze eigenlijk wel wilde zeggen. Dat was wel heel vervelend voor haar maar ook voor ons en alle anderen.
Ze zei alleen maar iets als het echt nodig was. Haar vader en moeder (Grote bizon en Korte neus) hadden alles al geprobeerd om haar aan het praten te krijgen. Maar tot dusver was dat nog niet gelukt. Het tegenovergestelde gebeurde, ze werd alsmaar stiller en stiller tot op een dag dat ze zelfs helemaal niet meer sprak.
Grote Bizon en Korte Neus hadden daar veel verdriet van en stuurden haar daarom naar de medicijnenman om haar te genezen.
Deze sprak een paar spreuken uit en deed een rondedansje om haar heen.
Daarbij hield hij een zakje met kruiden in de ene hand en een zakje met veren in de andere hand. Verlegen Veer snapte er niets van ze deed liever haar eigen dansje voor Blancos Rancos , de Grote Geest. In gedachten vroeg zei hem dan om haar te genezen.
Daar voelde ze zich het meest prettig bij.
Samen met haar ouders woonde Verlegen Veer in een Tipi die midden in het Indianendorp stond.
Haar vader, Grote Bizon was de baas van het dorp, hij was het opperhoofd. Op zijn hoofd droeg hij altijd een grote veren tooi.
Soms ging hij samen met de andere Indianen uit het dorp op bizon jacht.
Ze waren dan een aantal weken weg en kwamen dan terug met een heleboel bizonvellen.
Deze vellen werden gebruikt om tipi’s van te bouwen of kleding te maken.
Verlegen Veer haar vader was de allerbeste bizonvanger uit de hele streek , vandaar ook zijn naam Grote Bizon.
Op een zonnige dag zaten Grote Bizon en Verlegen Veer voor hun eigengemaakte Tipi. Opeens zagen ze twee stamgenoten aan komen lopen. Tussen deze Indianen in liepen twee blanke mannen. Hun armen waren op hun rug vast gebonden.
Toen ze bij Grote Bizon waren aangekomen zei één van de Indianen “Groot Opperhoofd,
deze bleekgezichten liepen rond in ons dorp, ze waren op zoek naar u, zeiden ze. ”
Grote Bizon keek de mannen aan en zei : “ Blanke broeders wat doen jullie hier, en als je geen goede reden hebt ga je vast aan de totempaal en zijn jullie vanavond ons lekkernij. “ “Bent u Grote Bizon, de beste bizonvanger uit het hele dorp” vroeg één van de blanke mannen angstig.
“Ik ben Henk en dat is Kees wij komen in vrede” zei de blanke man. “Wij komen uit Holland en hebben véél van u gehoord. Wij willen u iets vragen.” Grote Bizon gebaarde zijn stamgenoten dat ze de armen van Henk en Kees los moesten maken.
Tegen de blanke mannen zei hij dat ze moesten gaan zitten. Nadat hun armen waren bevrijd begon Henk te praten. “Groot Opperhoofd ik heb gehoord dat u zo goed bent in bizons vangen en ik wil u dan ook vragen of u voor mijn volk ook bizonvellen wilt meenemen.
In ruil daarvoor geef ik u en alle andere Indianen uit uw stam, paarden, geweren en hakbijlen. En ook zullen wij zorgen voor kleding voedsel en water.”
Grote Bizon keek de blanke mannen bedenkelijk aan.
Hij had wel eens gehoord van die geweren daar kon je nog beter en sneller mee jagen.
Nu jaagden ze met pijl en boog en speren , dat was best moeilijk.
Na een poosje zei het Opperhoofd: “Ik moet er over nadenken en spreken met de andere Indianen, ik verwacht jullie vanavond terug als wij bij het kampvuur zitten. ”
Henk en Kees knikten en zeiden ; “wij komen vanavond terug en nemen spiegels en kralen mee voor uw dochter. “ De blanke mannen stonden op en liepen weg en Verlegen Veer kreeg een knipoog van haar vader, Grote Bizon.
Die avond toen alle Indianen uit het dorp bij het kampvuur zaten, kwamen Henk en Kees
terug. Ze gingen op een grote boomstam naast Grote Bizon en zijn dochter zitten.
Verlegen Veer kreeg een hele grote zak met spiegeltjes en gekleurde kralen van Henk en Kees. Dankbaar nam ze zonder een woord te zeggen het geschenk aan.
Grote Bizon vertelde hen dat hij en de andere Indianen uit zijn stam hadden besloten om de bizonvellen voor ze mee te nemen, in ruil voor de beloofde spullen.
Henk en Kees waren héél blij, en om het te vieren rookten de Indianen en de twee bleekgezichten samen de vredespijp.
Aan de andere kant van het kampvuur werd een mooie Indianendans gedanst.
Deze vermoeiende dag brachten Henk en Kees er toe om bij de Indianen te blijven slapen in een Tipi in het Indianendorp.
Henk en Kees zaten met hun rug naar de uitgang en konden haar daarom niet zien aankomen. Ze spraken met beiden over de bizonvellen en Henk zei; “nu kunnen we lekker snel rijk worden zonder dat we er veel voor hoeven te doen, die bizonvellen leveren héél véél geld op in Europa. ” “Inderdaad” zei Kees, “en die domme Indianen trappen er gewoon in.
Als wij alle Bizonvellen hebben en er hier in de buurt geen Bizons meer zijn dan nemen wij de spullen mee en gaan we naar het volgende Indianendorp. Zonder Bizons zullen de Indianen hier niet meer leven en zouden ze moeten vertrekken en dan hebben wij er ook nog eens een stuk land bij. ” Van schrik liet Verlegen Veer het hele ontbijt uit haar handen vallen.
Henk en Kees draaiden zich om en zagen haar staan.
“Ze heeft alles gehoord, Henk, “ zei Kees. “Welnee, “ zei Kees “ze kan niet praten dus ook niet horen, maak je geen zorgen Henk.”
Maar Verlegen Veer had natuurlijk wel alles gehoord en liep snel bij de Tipi weg.
De tranen stroomden over haar wangen en ze liep naar het plekje waar ze altijd haar dans voor Blancos Rancos de Grote Geest deed. Daar danste ze weer voor hem en vroeg hem in gedachten om zijn hulp.
Twee dagen later kwamen Henk en Kees terug. Ze brachten de beloofde spullen mee.
De Indianen leerden al gauw om op de paarden te rijden en met de geweren te schieten.
Twee weken later waren ze klaar voor de grote Bizonvangst.
Verlegen Veer kon niets doen om haar vader en de andere Indianen tegen te houden, niemand kon haar stemmetje binnen in haar hoofd horen.
Ze was dan ook heel erg verdrietig.
Op de ochtend van de grote Bizonvangst zat ze huilend op een grote steen, ze was daar helemaal alleen met haar verdriet. Wat kan ik nou doen om mijn vader te laten zien dat het fout is wat hij doet, dacht ze.
Plotseling kwam er een hele grote adelaar op haar afgevlogen en deze ging naast haar op de grote steen zitten. Ze keek het prachtige grote dier verdrietig aan.
“Hallo, Verlegen Veer , ” zei de adelaar, “wat ben je toch verdrietig, ik wil je helpen. “Hoe kan hij mij nu helpen dacht Verlegen Veer , ik kan toch niet uitleggen wat er aan de hand is als ik niet kan praten. “Ik kan je gedachten horen, “zei de adelaar, “en ik weet ook waarom je zo verdrietig bent. “
Verbaasd keek ze de adelaar aan. Wat moet ik doen dan? vroeg ze in gedachten aan de adelaar. “Om je vader en de andere Indianen tegen te houden zal je hun moeten vertellen wat je hebt gehoord. Ze overtreden de Indianengeboden (zie hieronder dit verhaal ) want ze mogen nooit meer van onze moeder aarde nemen wat nodig is. Door alle bizons in de omgeving te vangen nemen ze véél en véél te veel. En als ze daarmee doorgaan dan zullen er over een tijdje geen bizons meer bestaan. “ Maar ons dorp heeft vaak honger en de blanke mannen nemen voedsel voor ons mee, hoe moeten wij dan eten ? dacht Verlegen Veer weer.
“Jullie kunnen genoeg geld verdienen door de Indianenkunst, zoals sieraden maken potten bakken, hout snijden en dekens weven, “zei de adelaar. Vertel dat aan je vader en hij zal naar je luisteren. “ Maar ik kan niet spreken dacht het meisje. “Je kunt wel spreken , Verlegen Veer, “zei de adelaar . Je moet spreken , want je moet de bizons en jullie Indianendorp redden. Ga nu snel want je vader en alle andere Indianen staan op het punt om te vertrekken voor de grote Bizonjacht.
Verlegen Veer stond op en rende naar het dorp terug. In de verte zag ze de Indianen, zittend op hun paarden. Ze stonden al in een grote groep om uit te rijden. Verlegen Veer rende op hun af om hen te gebaren dat ze moesten stoppen, maar de grote groep was al in beweging gekomen en zag haar niet. Maar het lukte haar niet om te spreken. Moedeloos en verslagen liet ze haar armen zakken en stopte met rennen.
Ineens hoorde ze de stem van de adelaar in haar hoofd zeggen : “SPREEK, VERLEGEN VEER, SPREEK !!! Nog eenmaal probeerde ze te spreken : Vader…, “ zei ze zachtjes en daarna wat harder: “Vader…., “ en daarna gilde ze het uit; “VADER, VADER !!!!! “
De groep Indianen hoorden haar en hielden in. Grote Bizon die zijn dochter sinds jaren weer hoorde spreken, draaide om en galoppeerde haar tegemoet. “Verlegen Veer je spreekt !!! “riep hij blij en verrast uit.
Toen hij bij haar was trok hij haar op zijn paard en nam haar mee naar de groep Indianen.
Daar aangekomen zette hij haar weer op de grond. De hele groep Indianen keken haar vol verwachting aan.
Verlegen Veer begon te praten en vertelde hun het hele verhaal van Henk en Kees , van de Indianengeboden en van de Indianenkunst.
Allen luisterden aandachtig en toen ze uitgesproken was zei Grote Bizon; “Mijn dochter heeft gelijk. Wij moeten ons schamen dat we dat zelf niet hebben gezien.
Wij geven ons land en de bizons weg voor een zak met kralen en wat spiegeltjes.
Wij zullen de bleekgezichten verjagen en de omliggende dorpen met rooksignalen en de Tam Tam trommels waarschuwen. “ Alle Indianen waren het met Grote Bizon en zijn dochter eens. En zo gebeurde het.
De volgende dag kwamen Henk en Kees de bizonvellen ophalen.
Hoog op hun paard zaten de Indianen al op de bleekgezichten te wachten . Ze stonden in een lange rij en hadden hun gezichten beschilderd met felle strijdkleuren.
De blanke mannen schrokken van de felle kleuren en vroegen wat er aan de hand was.
De Indianen gooiden de geweren en de hakbijlen op een grote hoop op de grond, vlak voor de voeten van de bleekgezichten . “Wij willen jullie wapens niet. “ zei Grote Bizon boos, “wij weten van jullie plannen en jullie hoeven het ook niet meer te proberen in andere dorpen , want wij hebben ze allemaal al gewaarschuwd. “ “Maar…, hebben jullie dan geen bizonvellen meegenomen ??? “ vroeg Kees geschrokken.
Hij stond te trillen op zijn benen. “Nee “ zei het Opperhoofd “en nu willen wij dat jullie je rotzooi oppakken en verdwijnen. Wij willen jullie hier helemaal nooit meer zien. “
Een aantal Indianen lieten hun paard een stap naar voren doen . Ze hieven hun speren gevaarlijk omhoog.
Henk en Kees draaiden zich snel om en renden heel hard weg. Toen ze uit het zicht verdwenen waren begonnen alle Indianen hard te lachen . De achter gebleven wapens werden in een diepe kuil begraven. Daar bovenop zetten de Indianen een prachtige totempaal. De totempaal hield de wacht bij de wapens zodat niemand ze ooit meer zal gebruiken.
Die avond danste Verlegen Veer weer voor Blancos Rancos ditmaal om hem te bedanken want ze wist dat de adelaar door de Grote Geest was gestuurd om haar te helpen.
De Indianen leerden om potten te bakken , hout te bewerken en dekens te weven.
Van de spiegels en kralen , uit de grote zak die Verlegen Veer van de bleekgezichten had gekregen maakten de Indianenvrouwen prachtige sieraden.
En al deze Indianenkunst verkochten ze of ze ruilden ze tegen kleding en voedsel.
En zo konden de Indianen heel goed leven en bleven de bizons bestaan.
Verlegen Veer is nooit meer verlegen geweest. Daar was ze voor altijd van genezen.
De dag nadat de blanke mannen verjaagd waren kreeg ze ook een nieuwe naam.
Voortaan werd Verlegen Veer Dappere Bizonvrouw genoemd.
De tien geboden van de Indianen;
(In dit verhaal wordt verwezen naar gebod nummer 5)
1. De aarde is onze moeder zorg goed voor haar.
2. Koester al je relaties.
3. Open je hart en ziel voor de grote geest.
4. Alle leven is waardevol en kwetsbaar , behandel deze met respect.
5. Neem van de aarde wat nodig is en niet meer.
6. Doe wat nodig is voor het goede van alles.
7. Dank de Grote Geest voor elke nieuwe dag.
8. Spreek de waarheid, wees goed voor anderen.
9. Volg de ritmes van de natuur, sta op en rust met de zon
10. Geniet van je reis op aarde maar laat geen sporen achter.
De tien geboden van het Cowboy & Indianen speelreservaat.
1. Ons personeel bestaat uit mensen, ga zuinig met ze om want ze zijn zeldzaam.
2. Je hoeft niet gek te zijn om met ons te werken, het wordt er wel makelijker van.
3. Houd het bij ons netjes dan hoeven wij dat niet te doen.
4. Fooien boven de 150 euro worden niet gehonoreerd.
5. Het is bij ons verboden om over u zelf te praten.
6. Dat doen wij namelijk wel als u weg bent.
7. Maak geen overbodige rommel dat kunnen wij zelf wel.
8. Heren mogen niet zeuren , dit doen namelijk onze vrouwelijke collega’s al.
9. Maak bij de kassa’s geen ruzie over wie er nu zal betalen.
10. Wij hebben immers rekeningen genoeg om te delen.
